Voor 102 bomen geldt, dat zij vergunningsvrij zijn; te mager; te weinig body, te iel.
Dan blijven er 377 bomen over.
De algemene plaatselijke verordening stelt, dat een kapvergunning voor beeldbepalende bomen geweigerd kan worden behalve wanneer zij het bestemmingsplan beletten.
Op basis hiervan is geen weigeringgrond van toepassing voor 289 bomen; dan blijven er dus 92 over waarvoor wel een beeldbepalend karakter geldt. Van die 92 beeldbepalende bomen staan er 21 op het nieuw aan te leggen fietspad; die moeten weg plus nog 4 waarvan de conditie dermate beroerd is dat ook zij gekapt moeten worden.
Van de 92 beeldbepalende bomen blijven er dus 67 over; mooie oude bomen die we koesteren omdat we er zo ontzettend aan gehecht zijn.
Een mooi resultaat?
In mijn optiek wel; er is sprake van een win/win situatie al mag je natuurlijk blijven treuren om het deel wat verloren gaat.
Het voordeel van dat nadeel is dat de veiligheid voor de fietsers en iedereen, die op welke wijze dan ook van het fietspad gebruikt maakt, groter wordt maar vooral dat dat in combinatie gaat met wat wèl overeind gehouden wordt: 67 monumentale bomen blijven bespaard.
Het moet prachtig zijn als straks, wanneer het werk gedaan is, tussen de nieuwe aanplant die oude reuzen als oerbeelden van vroeger tijden en toonbeelden van natuurkracht staan te pronken, want daar gaat het accent dan toch op vallen zoals in een modern ingericht huis één enkel mooi antieke meubel de aandacht trekt.
En last but not least, er wordt gekozen om grotere nieuwe bomen in te planten en hogere compensatie dan gebruikelijk.
Valt er nog wat te leren? Een van mijn favoriete evaluatievragen.
Kijk ik naar de procedure dan zou ik ervoor willen pleiten om vanaf de start van zo’n project door de gemeentelijke overheid niet alleen digitaal, maar ook via de plaatselijke krant en krantjes te verduidelijken hoe de bestuurlijke verantwoordelijkheden liggen; wat het tijdspad is; hoe het vordert en nog helderder te maken waar en op welke wijze de burgers hun recht om bezwaren te maken kunnen aanwenden en dit met enige regelmaat te herhalen. Op die wijze kunnen mensen, die zich betrokken voelen en/of dit zijn het project als het ware monitoren en voelen mensen zich niet overvallen door een ogenschijnlijk plotseling naderende uitvoering van een al jaren lopend proces.
En voelt de politiek zich ook niet overvallen door de ogenschijnlijk uit het niets voorkomende tegengeluiden.
De afsluiting komt dit keer uit de liedjeskist: (waar zijn de roggeakkers eigenlijk?)