Afgelopen zomer is in Epe inderdaad van WMO-thuishulp afgezien bij vakantie van de uitvoerende medewerker. GroenLinks stelde er begin september vragen over aan het college van B&W.Wie een vervangende thuishulp wilde heeft die meestal wel gekregen, maar soms minder vaak. De zomerstop is gebaseerd op een contractuele afspraak met de gemeente. Daardoor konden zorgaanbieders lagere tarieven bieden. GroenLinks stuurt de antwoorden door naar de WMO-adviesraad.

Begin september stelde GroenLinks vragen aan B&W over de zomerstop in de thuishulp zoals die door Skipr, een communicatieplatform in de zorg, was gerapporteerd. Volgens die berichten zijn thuiszorgcliënten soms wel vier weken zorgen thuishulp gebleven.

Uit de antwoorden van B&W blijkt dat inderdaad thuishulpcliënten een aantal weken zonder hulp hebben gezeten. “Omdat zich geen problemen voordeden, is hier enkel kennis van genomen”, schrijven B&W in hun antwoord.

Volgens het college hebben de thuiszorgaanbieders in hun contracten met de gemeente laten opnemen dat zij bij ziekte of vakantie van de uitvoerende medewerkers in principe geen vervanging regelen.  De gemeente laat het aan de zorgorganisatie over om met de cliënt te overleggen of deze de zorg geheel of gedeeltelijk wel nodig heeft. “Gebruikers van huishoudelijke hulp geven naar zowel aanbieders als WMO-consulenten aan dat zij voor enkele weken liever geen onbekende hulp wensen”.

Tenslotte wijzen B&W er op dat de gemeente geen zorgplicht heeft voor de huishoudelijke hulp, alleen een compensatieplicht ter aanvulling op eigen mogelijkheden en eigen netwerk van de cliënt. Daardoor is de verantwoordelijkheid gelegd bij de aanbieders en de cliënten.

GroenLinks is blij met de duidelijke beantwoording maar is wel verbaasd hoe gemakkelijk wordt omgegaan met zorg waarvoor niet lichtvaardig indicaties zijn afgegeven. “We vragen ons af of de cliënten niet te zeer voor een voldongen feit zijn geplaatst en dus maar berusten in de situatie”, stelt fractievoorzitter Jan Aalbers. “Je zou al snel de indruk kunnen krijgen dat de cliënten zorg wordt onthouden in de concurrentiestrijd tussen de zorgaanbieders”, vult fractielid  Jan de Graaf aan.

De GroenLinks-fractie stuurt de vragen en de antwoorden van B&W door naar de WMO-adviesraad.